Interview Audry

Audry, 10 jaar

Emilie en Nico hebben hun dochter Audry verteld dat ze geïnterviewd zal worden. Ze weet niet waarover het gesprek zal gaan. Nochtans was ze veel aanwezig tijdens de gesprekken met haar ouders over hun leven. Het verwondert mij dan ook dat ze helemaal niet beseft waarom ik een boek schrijf over haar ouders. Ze kan zich niet herinneren dat er periodes waren dat er geen eten was.

Armoede.

De bruine kindjes in mijn school hebben soms geen eten of drinken en kunnen de school moeilijk betalen. De school geeft hen dan gratis frites of zo.

Ik word niet gepest op school en heb veel vrienden: al de meisjes uit het zesde leerjaar en twee vriendinnen uit het 5e leerjaar. Normaal gezien zou ik ook al in het 6e leerjaar moeten zitten maar ik deed het eerste leerjaar twee keer. Ik wilde toen niet meewerken, de lessen waren saai en ik had weinig zin om iets te doen. In de les rekenen kende ik de getallen en de oplossingen maar ik wilde ze niet opschrijven. In het tweede leerjaar mocht ik "voorop lopen" omdat ik met alles sneller klaar was dan de anderen.

(Volgens Emilie bleef Audry zitten omdat er te veel gebeurd was. Ze gingen toen naar het vluchthuis. Audry herinnert zich niets meer van het verblijf in het vluchthuis. Ze beweert dat ze alles vergeten is).

Ik zit bij mijn lievelingsjuf, het is een hele goeie. Voor lezen haal ik het hoogste niveau. Het liefst lees ik strips: Suske en Wiske, Kiekeboe en FC De Kampioenen. Gewone boeken lees ik niet zo graag.

Familieruzies

Aan mijn grote familie heb ik niet veel. Mijn doopmeter, tante Angela, wilde haar dochter in een internaat steken. Haar dochter had huisarrest maar ze ging toch naar de markt met haar vrienden. Wenend vluchtte mijn nicht naar ons huis. Ik vind dat de stiefpapa van mijn nicht veel te veel beslist. Hij moet overleggen met de echte papa. Mijn ouders zijn veel liever: ze willen mij niet in een soort gevangenis steken. Ze zouden met mij rustig praten als er een probleem is.

Mijn dooppeter zie ik jammer genoeg niet meer. Hij mag niet meer op bezoek komen van zijn vrouw.

Vroeger spraken we eens af om met de familie op uitstap te gaan. Nu doen we dat niet meer.

De ruzies met mijn tantes en nonkels gaan wel weer voorbij. Vroeger maakten mijn ouders ook veel ruzie met elkaar. Dat is nu beter. Antje (van de thuisbegeleiding) heeft veel met hen gebabbeld.

Ontspanning

Toen ik 5 jaar was, gingen mijn papa en ik veel naar de film. Mama bleef thuis bij mijn kleinere broer. Ze moest uitrusten omdat ze borstvoeding gaf. Ik zou graag met heel ons gezin naar de cinema gaan maar de jongens zijn nog te klein.

Met mijn papa ging ik naar Spanje. Ik mocht meerijden met de camion van zijn werk. Met het hele gezin gingen we nog nooit samen op reis. Ik wil naar Egypte of Afrika gaan.

Met het Rode Kruis kon ik samen met mijn broer wel op vakantie naar De Panne en naar Duitsland. De vakantie aan zee was plezant. Alleen het vuurwerk was niet tof: er waren alleen gele pijlen. We sliepen naast een rusthuis en ik was mooi gebruind.

In de zomer ga ik naar het speelplein. Omdat ik mij kwaad maakte, werd ik bijna weggestuurd. Ik vond onder water in het zwembad een euro. Omdat hij van niemand was, wilde ik er iets mee kopen. De monitoren pakten hem af en toen begon de ruzie.

Op de bus tijdens de terugkeer naar het speelplein hebben de monitoren mijn adem "afgesneden". Ik gilde van paniek. Ze lieten mij niet uitstappen. Tegen de hoofdmonitor zeiden ze dat ik zelf niet van de bus wilde, maar dat was niet waar. Ze sleurden mij uit de bus. Ik zei: "Ik kan zelf wel stappen." Voor de neus van de andere kinderen moest ik afgeven wat ik eerlijk gevonden had. Daardoor werd ik hysterisch en heb ik geschopt. Het gevolg was dat ik bijna niet mocht terugkeren naar het speelplein.

Op een andere keer kreeg ik de schuld omdat ik gekleurde koordjes om te knutselen mee naar huis genomen had. Gelukkig had ik nog de envelop waar de koordjes inzaten. Op de envelop stond geschreven " Van Cindy, voor Audry". Ik had de koordjes cadeau gekregen van Cindy.

Wanneer ik mij iets wil kopen, moet ik zelf sparen. Voor een draagbare playstation spaar ik al sinds mijn eerste communie. Nu heb ik hem kunnen kopen. Hij kostte 159 euro. Het voordeel van een draagbare playstation is dat de spelletjes de helft goedkoper zijn dan bij een gewone playstation. Omdat ik nog een klein beetje tekort kwam, heb ik wat geld geleend van mijn broer. Nu betaal ik hem terug.

Uit mijn spaarpotje heb ik af en toe geleend aan mijn mama, als ze geen brood kon kopen. Mijn mama heeft de centen altijd terug gegeven.

Toekomst

Mama heeft al veel mensen geholpen en een tijdje bij ons laten wonen. Dat wil ik later ook doen. Ik wil werken als vrijwilliger en ook kapster worden. Als er een vergadering is, zal ik een dagje verlof nemen. Van alles organiseren lijkt mij wel leuk, ook voor de kinderen.

In het middelbaar onderwijs wil ik moderne talen volgen. Eerst ga ik Duits leren zodat ik de Duitsers van Duitsland kan verstaan als ik op kamp ga met het Rode Kruis.

Op het speelplein wil ik ook meehelpen en de kleinere kinderen troosten. De monitoren zeggen dat ik goed ben in kindjes troosten. Er was een kindje aan het wenen en ik zei: "Hoe meer je speelt, hoe vlugger dat de tijd gaat en hoe vlugger dat je mama er zal zijn." Ze was haar verdriet direct vergeten

Ik droom dat we als gezinnetjes samen kunnen leven in vrede, zonder gebrul, zonder stoute kindjes. Het is nu al veel beter dan vroeger. Ik ben veel liever thuis dan ergens anders. Tijdens het kamp aan zee had ik heimwee naar huis.

Onder andere het Rode Kruis en de vzw Pirlewiet organiseren deugddoende vakantiekampen om de sociale uitsluiting van kinderen die in armoede leven te doorbreken. 
Deze vakantiekampen worden georganiseerd door vrijwilligers.

© Lieven De Pril